Zygmunt Bauman
Zygmunt Bauman was Professor Emeritus sociologie in Warschau, Tel Aviv en Leeds. Daarnaast wat hij ook gastprofessor aan de universiteiten van Berkeley, Yale, Canberra, St. John's en Copenhagen.

Bauman is één van de origineelste en creatiefste denkers van onze tijd.

Zygmunt Bauman is wereldwijd gekend voor zijn werken zoals 'Legislators and Interpreters' (1987), 'Modernity and the Holocaust (1989), 'Modernity and Ambivalence' (1991), 'Postmodern Ethics' (1993) en Globalization: The Human Consequences en In Search of Politics (1998).




In de snelle globalisering van onze wereld zijn instellingen geen partij voor afhankelijkheden. `Globalisering' betekent vandaag niet meer (maar ook niet minder) dan de mondialisering van onze onderlinge afhankelijkheid: geen enkele plaats is nog vrij zijn eigen agenda te volgen zonder rekening te houden met de ongrijpbare en obscure `globale financiën' en `globale markt' terwijl alles wat op lokaal vlak werd gedaan al dan niet gebeurde met de hoop op globale resultaten.

In andere opzichten boekt de globalisering nochtans weinig vooruitgang. De politieke instellingen die de erfenis zijn van twee eeuwen moderne democratie hebben de globalisering van de economie niet gevolgd. Het resultaat hiervan is volgens Manual Castell een wereld waar macht in een ongecontroleerde en te weinig geïnstitutionaliseerde `globale' ruimte stroomt terwijl politiek even plaatselijk blijft als voorheen. Het eerste is buiten het bereik van het tweede. Het `globale systeem' dat hieruit tevoorschijn komt is frappant en gevaarlijk ééndimensioneel en deze systemen zijn notoir onevenwichtig.

We zouden onszelf kunnen troosten met de gedachte, in navolging van de Panglossianen, dat we per slot van rekening leven in een tijd van verandering en dat elke verandering nu eenmaal onevenwichten en achterblijvers met zich meebrengt. We zouden kunnen staande houden, zelfs geloven, dat de wanverhouding tussen globale economie en lokale politiek een tijdelijk fenomeen is, een gevolg van het `achterop hinken van de politiek' dat beslist vlug hersteld zal worden.

Dit is inderdaad een troostende gedachte — de moeilijkheid is dat er argumenten zijn, zowel empirisch als analytisch, die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid ervan. We zouden kunnen stellen dat de globalisering van economische macht zelf de voornaamste oorzaak is van de plaatselijke versnippering van politiek en orthodoxe politieke instellingen: van het ogenblik dat ze zich hebben bevrijd van opdringerige controle van politieke instellingen zouden de economische krachten al hun macht gebruiken (en ze bezitten een enorme macht) om te beletten dat de `plaatselijken' deze controle zouden herwinnen, afzonderlijk of in samenzwering.

Men zou zelfs kunnen argumenteren dat de huidige combinatie van globale economie en lokale politiek de voorbode is van wat komt en niet een tijdelijke storing in de loop van een transformatie die aan de gang is; dat globale economie en lokale politiek in feite de `systemische vereisten' zijn van een nieuwe, bijzondere en curieus eenzijdige ordening van de wereldaangelegenheden.

Wat er ook van zij, het is een feit dat de verdergaande en wijder wordende kloof tussen economische macht en politieke instellingen die `précarité' blijft voortbrengen die `est aujourd'hui partout'. En het is ook een feit dat zolang er geen of weinig tekenen zijn dat de kloof wordt overbrugd, het onwaarschijnlijk is dat de vloeiendheid van levenskaders, de versnippering en episodiciteit van levensdoelen die het gevolg zijn van flexibiliteit die al deze dingen vereist en bijgevolg de angsten en trauma's die individuele levenskeuzes doordringen, zullen afnemen; ze zullen naar alle waarschijnlijkheid intenser worden.

Moderne mannen en vrouwen trachten op deze angsten en trauma's een antwoord te vinden in hun life-politics. `De boodschap die de media zijn' is gemaakt op maat en naar de gelijkenis van zulke strategieën. Angsten en dromen worden gevoed door de dagelijkse inspanningen om `biografische oplossingen voor systemische contradicties' te vinden en de wereld `zoals op TV' knipogen naar elkaar, geven elkaar zin en staan borg voor elkaars geloofwaardigheid. Wie vraagt `wat we aan de media kunnen doen' moet vragen `wat er gedaan moet worden aan de wereld waarin deze media werken'. De ene vraag kan niet worden beantwoord zonder een realistisch antwoord op de andere te vinden.

Vorige conferenties

2016, Samuel Moyn

2014, Bernhard Schlink

2012, Loïc Wacquant

2010, Saskia Sassen & Richard Sennett

2008, Martha Nussbaum

2002, Christina Holtz-Bacha, Pippa Norris & John Gray

2000, Zygmunt Bauman, Elihu Katz, Johan Galtung, Serge Moscovici, Ernesto Laclau, Chantal Mouffe, Stephen K. White, Harry Kunneman, Gilles Lipovetsky en Clifford Christians

1998, Robert Bellah